Virginia Dementricia

Geboren in slavernij



Op het tropische eiland Aruba woonde eens een bijzonder meisje. Ze heette Virginia en groeide

op in een gezin met zeven kinderen op de plantage Barbolia. Haar hele familie leefde in

gevangenschap. Aruba was toen nog een kolonie van Nederland, waar de Nederlanders

mannen, vrouwen en kinderen uit Afrika naartoe brachten om gedwongen op de plantages te

werken. De plantagehouder, Jan van der Biest, had twintig tot slaaf gemaakte mensen, onder

wie Virginia.

Virginia ging niet naar school, want tot slaaf gemaakte kinderen moesten van jongs af aan

werken.

De rebelse Virginia moest niet minder dan vijf keer voor de rechter verschijnen en

probeerde twee keer weg te lopen. Ze werd hiervoor streng gestraft. Zo moest ze met ketens

aan haar voeten wegwerkzaamheden uitvoeren en werd ze in de cel gegooid. Maar omdat die

straffen haar gedrag niet veranderden, kreeg ze uiteindelijk veertien zweepslagen.

Virginia kwam in opstand door de regels aan haar laars te lappen. Ze was niet de enige. Veel

tot slaaf gemaakte tieners waren in die tijd ongehoorzaam, ze liepen weg of weigerden te

werken. De plantagehouder had het helemaal met Virginia gehad en besloot haar te verkopen

voor 140 gulden. Zo belandde ze opnieuw in gevangenschap bij een plantagehouder op een

ander eiland in de Caraïbische Zee: Curaçao. Drie jaar later werd de slavernij afgeschaft en was

Virginia een vrije vrouw.

Eigenlijk weten we heel weinig over haar. Ze wordt tegenwoordig gezien als het symbool

voor verzet tegen slavernij.


Geschreven door Astrid Sy

Copyright ROSE stories/Firma Twist 2020

  • 001-facebook
  • 002-instagram